Onze natuurlijke houding

Foetushouding


Onze natuurlijke houding leren we eigenlijk al in de baarmoeder. De mens leert al vanaf dat moment om in de foetushouding te liggen.

In een foetushouding trek je je knieën omhoog naar je buik, bol je je rug en breng je je bovenlijf naar voren. Wat wij als ruiter tijdens het rijden graag willen doen is die foetushouding aannemen.

In deze houding zitten heeft een aantal nadelen:

  • Je zwaartepunt ligt verder naar voren.
  • Deze houding kan vermoeiender zijn, omdat het lastiger is om de positie van je bovenlijf te beheersen.
  • Doordat je minder op je billen zit, kun je minder hulpen vanuit je heupen en bovenbenen geven.
  • Deze houding nodig uit om in spieren te verkrampen, zoals in de schouders, onderrug, heupen en bovenbenen.
Foetushouding Yoga
Foetushouding ruiter

Met je voeten op de grond


Wanneer je op een goede manier op je paard zit, liggen je enkel, heup en schouder op één lijn. Het voelt alsof je wervels als blokjes op elkaar gestapeld zijn en je met je voeten op de grond kunt staan, alleen dan een beetje met je benen uit elkaar.

Mensen zijn eigenlijk niet echt gemaakt om op een paard te zitten. De breedte van onze heupen passen vaak niet bij de ronding van de paardenrug.


Smalle heupen versus rondgeribt:

Veel paarden zijn zo groot of rondgeribt, dat je wel heel ver je benen uit elkaar moeten brengen om toch je voeten onder je zwaartepunt te kunnen houden. Natuurlijk kun je je beugels heel kort doen of je knieën optrekken, maar dan is het lastig om diep in je zit te kunnen zakken. Dit soort paarden nodigen uit om in een stoelzit te gaan zitten, dus met je bovenbenen ver naar voren. Of wanneer je wel je voeten onder je zwaartepunt kunt houden, dwingt het je bekken naar voren te draaien en ga je in je bovenlijf hol in je onderrug zitten of naar voren hangen.


Brede heupen versus smalgeribt:

Bij een smal paard liggen je benen zo recht naar beneden dat het moeilijk is om steun te kunnen vinden op je bovenbenen. Je zit vooral op je kruis en billen. De achterkant en binnenkant van je bovenbenen kunnen nauwelijks meehelpen in het vinden van je balans. Hierdoor kan je zit en de ligging van je benen heel wiebelig zijn.