Stappenplan Ruiter: Leidende zit

Fase 2: Leidende zit.


Deze fase bevat de volgende stappen:

  1. Zwaartepunt.
  2. Draaien bovenlijf.
  3. Ligging bovenbenen.
Kind op de schouders

Stap 1: Zwaartepunt


Het zwaartepunt van de ruiter heeft veel invloed op het balans van het paard. Eigenlijk wil een paard graag met zijn eigen zwaartepunt onder het zwaartepunt van de ruiter blijven. Je kunt het vergelijken met wanneer je een kind op je schouders zou dragen, wanneer deze heen en weer gaat bewegen, beïnvloed dat je evenwicht.


Er moet uiterst voorzichtig omgegaan worden met het gebruiken van gewichtshulpen. Ze hebben niet alleen invloed op het balans van je paard, maar ook op de liggen en de drukverdeling van het zadel.
Te veel of verkeerde gewichtshulpen kunnen het paard schade toebrengen!!


Tijdens de lessen zal er nauwkeurig gekeken worden of er gewichtshulpen toegepast kunnen worden. 


Omdat je met je zwaartepunt dichter bij de voorhand van je paard bent dan bij de achterhand, zal het verplaatsen naar links en naar rechts vooral invloed hebben op het verplaatsen van de voorhand. Verplaats je je gewicht naar links, dan beweegt het paard zijn schouders naar links en visa versa.


Het verplaatsen van je gewicht naar voren, zal het paard meer op de voorhand brengen. Bij het verplaatsen van je gewicht naar achteren, zal het paard zijn zwaartepunt meer naar achteren brengen, mits hij hiertoe in staat is. Niet alle paarden kunnen meteen op je zit verzamelen, dit vergt een uiterst goede voorbereiding.

  

Indraaien bovenlijf

Stap 2: Draaien bovenlijf


Wanneer je je bovenlijf draait, beïnvloed dit de stand van je heupen. Je heupen liggen vlak achter de schouders van het paard en hebben dus invloed op de stand van de schouders ten opzichte van de achterhand.


Stel: je rijdt linksom op de hoefslag en wilt een volte indraaien, door je bovenlijf lichtjes in te draaien, breng je je binnenheup naar achteren en je buitenheup iets naar voren. Hierdoor kan het paard zijn binnenschouder naar achteren brengen en zijn buitenschouder naar voren en vervolgens de wending indraaien.

 

Stap 3: Ligging bovenbenen


De ligging van je bovenbenen kan op verschillende manieren invloed hebben op je paard.


De ligging van je bovenbenen heeft invloed op de stand van de schouders van je paard. Ligt je binnenbeen bijvoorbeeld verder naar achteren, dan kan het paard zijn binnenschouder makkelijker naar achter brengen.


Het draaien van je benen vanuit je knie naar het paard toe of van het paard af kan helpen bij het stimuleren van de lengtebuiging of het verplaatsen van de voorhand.


Het zinken van je bovenbeen vanuit je knie naar de grond heeft invloed op de bolling van de ribben. Het laten zinken vanuit je knie moedigt het paard aan om daar zijn ribben meer naar beneden te laten zakken, zoals bijvoorbeeld bij een schouderbinnenwaarts of een galop van pas komt.