Stappenplan Paard: Horizontaal evenwicht

Van een natuurlijk evenwicht naar een rijkunstig evenwicht


Om het trainen van een paard overzichtelijk te houden en voor iedereen toegankelijk, is er een stappenplan bedacht die past bij de fase waarin het paard zich bevindt.

Fase 1. Lengtebuiging

Fase 2. Horizontaal evenwicht          

Fase 3. Buiging binnenachterbeen

Fase 4. Buiging buitenachterbeen

Fase 5. Buiging beide achterbenen

  

                           

Faseopbouw

Fase 2: Horizontaal Evenwicht

Fase 2 bevat de volgende stappen:

  1. Evenwicht Ruiter.
  2. Tempowisselingen.
  3. Horizontaal evenwicht.


Vindt een paard zijn verticaal evenwicht en kan hij de spieren langs de wervelkolom ontspannen, dan kan er gewerkt worden aan het vinden van een horizontaal evenwicht. Dit is een wat langer proces en zal gedurende de volgende fases verder opgebouwd worden.

Tijdens de andere fases is de zit van de ruiter natuurlijk ook ontzettend belangrijk, maar voor het bereiken van een horizontaal evenwicht kan het een goede zit doorslaggevend zijn.

 

Stap 1: Evenwicht ruiter.


Om het voor een paard mogelijk te maken een horizontaal evenwicht te ontwikkelen, is het belangrijk dat de ruiter in staat is een verticaal evenwicht te vinden en in de loodlijn van het paard kan zitten.

De mens heeft een loodlijn. Deze loopt door het midden van je oor, schouder, heup, knie en enkel. Sta je in balans op de grond, dan maakt je loodlijn een hoek van 90 graden met de grond (mits je op een vloer staat die waterpas is natuurlijk).

Een paard heeft ook een loodlijn. Deze loopt door het zwaartepunt recht naar de grond en maakt dus ook een hoek van 90 graden met de grond als het paard in een horizontaal evenwicht is.

Een paard heeft de neiging om met zijn zwaartepunt onder dat van de ruiter te blijven. Val je als ruiter met je loodlijn dus bijvoorbeeld naar voren, zal het paard ook in zijn loodlijn naar voren vallen.

 

Loodlijn mens
Loodlijn paard en ruiter

Stap 2: Overgangen en tempowisselingen.


In een horizontaal evenwicht lopen vergt meer kracht en energie, dan wanneer het paard op de voorhand loopt. Wanneer een paard zijn verticaal evenwicht vindt en zijn rug kan ontspannen, kan er gewerkt worden aan de energie in de beweging.

Om het paard te leren met meer energie te lopen zonder dat alle energie meteen in de stuwkracht van de achterbenen verdwijnt, zijn overgangen rijden een belangrijke hulpmiddel. Wanneer je in staat bent om bijvoorbeeld van stap naar draf te gaan, waarbij het paard mooi recht op de schouders blijft, de wervelkolom mooi lang houdt en zacht in de hand blijft, zal het paard door de sprongetje naar de draf toe net even meer draagkracht geven.

Vooral de overgang van stap naar galop is een goede oefening. Het is daarnaast ook een leuke oefening, omdat paarden vaak erg mee gaan denken en enthousiast worden en leren om te wachten op de galophulpen.

Natuurlijk kun je ook tempowisselingen maken, die maken de achterhand wel energieker, maar vooral in het stuwen.

 

Stap 3: Horizontaal evenwicht.


Een paard in een horizontaal evenwicht oogt ontspannen maar energiek, beweegt gemakkelijk en voelt licht in je handen. Het paard draagt zijn eigen hoofd vanuit het puntje achter de oren, is licht in de hulpen en makkelijk wendbaar. De rug voelt zelfs een beetje boller aan dan wanneer een paard in de voorhand loopt.

Een paard in een horizontaal evenwicht brengen is eigenlijk al een beetje verzamelen. Je vraagt aan je paard of het de afzet van het achterbeen even stuwend als dragend wil gebruiken.

Door middel van oefeningen als de zijgangen, overgangen en het verbeteren van de zit van de ruiter is het paard steeds beter in staat een horizontaal evenwicht te vinden en te behouden.